22 februari 2022

Nieuwe telecomregels: niet minder, maar meer regulering

Binnenkort treden weer nieuwe telecomregels in werking. Geen deregulering, maar juist meer regulering. Zo vallen voortaan communicatiediensten die via internet geleverd worden, zoals Skype en Whatsapp, ook onder de reikwijdte van de Telecommunicatiewet en gelden er nog meer eisen voor contracten met abonnees. In dit artikel worden de voornaamste nieuwe regels voor telecomaanbieders op een rij gezet. Daarbij wordt ook ingegaan op twee belangrijke al geïmplementeerde regelingen, namelijk toegangsregulering in geval van replicatiebelemmeringen en regels tegen overstapdrempels. Tot slot wordt een korte toelichting gegeven op de nieuwe instrumenten voor een snelle en efficiënte uitrol van 5G-netwerken.

Achtergrond

De oorsprong van deze nieuwe regels is de Europese Telecomcode (richtlijn (EU) 2018/1972). Een deel hiervan is tijdig op 21 december 2020 in Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Het laatste deel is nu aan de beurt. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Telecommunicatiewet is op 15 februari 2022 door de Eerste Kamer aangenomen. De regels zullen snel in werking treden. Een overgangsregeling ontbreekt. Aanbieders moeten dus direct aan de nieuwe verplichtingen voldoen.

Meer bescherming gebruikers

Met de nieuwe regels wordt het niveau van bescherming van gebruikers van communicatiediensten verder verhoogd. De belangrijkste wijzigingen betreffen de bepalingen over informatie die moet worden verstrekt, de looptijd en opzegging van contracten, gebundelde aanbiedingen en toegang voor eindgebruikers met een handicap. De voornaamste wijzigingen worden hieronder toegelicht.

Toepassingsbereik uitgebreid

Het toepassingsbereik is op twee onderdelen uitgebreid. Ten eerste geldt de extra bescherming die tot nu toe alleen voor consumenten gold, ook voor micro-ondernemingen, kleine ondernemingen en organisaties zonder winstoogmerk. Anders dan consumenten kunnen zij echter wel afstand doen van die extra bescherming.  Ten tweede richten de nieuwe regels zich ook op communicatiediensten via internet (“Over-The- Top” (OTT) diensten). Hiermee wordt een gelijk speelveld gecreëerd tussen aanbieders. De nieuwe regels gelden dus ongeacht welke dienst de eindgebruiker gebruikt, bellen, SMS, Skype, Whatsapp, etc.

Informatieverplichting

De aanbieder moet de gebruiker voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst bepaalde informatie verstrekken (artikel 7.1 Tw). Alleen dan kan een gebruiker aan die overeenkomst gebonden zijn. Hierbij wordt grotendeels aangesloten bij de al geldende regels uit artikel 230l en 230m Boek 6 BW.

Nieuw is de verplichting om een beknopte en gemakkelijk leesbare samenvatting van de overeenkomst te verstrekken volgens het in de Telecomcode vastgestelde model. In die samenvatting moet in elk geval de volgende informatie worden opgenomen: i) naam, adres en contactgegevens aanbieder, ii) de belangrijkste kenmerken van de dienst, iii) de prijzen, iv) de duur van de overeenkomst en de voorwaarden voor verlenging en opzegging, v) de mate waarin de producten en diensten zijn afgestemd op eindgebruikers met een handicap en vi) voor internet moet een samenvatting worden gegeven van aanvullende informatie, zoals download- en uploadsnelheid. Deze voorwaarden kunnen alleen gewijzigd worden als dit uitdrukkelijk met de eindgebruiker wordt overeengekomen.

Ook moet aan eindgebruikers een faciliteit worden aangeboden om het gebruik van elke dienst te bewaken en te beheersen.

Informatie over aanbiedingen moet op een bepaalde wijze worden verstrekt, zodat eindgebruikers op eenvoudige wijze prijzen van verschillende diensten kunnen vergelijken. In dat kader moet worden voorzien in tenminste één onafhankelijke vergelijkingstool, die op verzoek van de aanbieder kan worden gecertificeerd.

Looptijd en opzegging contracten

Het recht om de overeenkomst kosteloos te beëindigen in geval van een wijziging van de voorwaarden gold al, maar is uitgebreid naar aanbieders van nummerafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten zoals de vaste en mobiele telefoniediensten van Skype (artikel 7.2 Tw). De bepaling dat de looptijd van een contract voor bepaalde tijd maximaal 24 maanden mag zijn, geldt voortaan ook voor contracten met klein zakelijke klanten en organisaties zonder winstoogmerk (artikel 7.2a Tw). Hiervan kan worden afgeweken als de zakelijke klant hier uitdrukkelijk mee heeft ingestemd. Na afloop van de vaste duur kan een contract, zoals dat nu ook al geldt, stilzwijgend worden verlengd of vernieuwd, mits de eindgebruiker het contract steeds met een termijn van één maand op kan zeggen (artikel 7.2ab Tw). Voor contracten voor onbepaalde tijd blijft gelden dat deze maandelijks opzegbaar moeten zijn en dat voor zakelijke klanten op uitdrukkelijk verzoek een opzegtermijn  van 3 maanden kan worden afgesproken.

Nieuw is ook dat een consument een contract kosteloos kan opzeggen indien er sprake is van een significante voortdurende of regelmatig voorkomende discrepantie tussen de werkelijke prestaties en de in de overeenkomst vermelde prestaties van de dienst (artikel 7.2ac). Ook nieuw is dat de aanbieder de eindgebruiker tenminste een maand voordat de initiële contactduur afloopt hierover moet informeren en dient te adviseren over de voordeligste tarieven van zijn diensten (artikel 7.2ab). Verder kan in een aantal gevallen een overeenkomst voor een duur langer dan 24 maanden worden aangegaan. Dit speelt vooral bij de uitrol van snel internet.

Voor bundels zijn er specifieke regels om “lock in” te voorkomen (artikel 7.3aa Tw). Zo is bepaald dat de informatieverplichtingen en de regels over contractduur, beëindiging en overstappen van toepassing zijn op alle onderdelen van de bundel. Het toevoegen van een aanvullende dienst aan de bundel mag niet leiden tot een verlenging van de oorspronkelijke duur van het contract. En als een consument één onderdeel van de bundel opzegt op grond van artikel 7.2ac Tw, dan mag hij de overige onderdelen van de bundel ook kosteloos opzeggen. Deze regeling geldt ook voor kleine zakelijke klanten en organisaties zonder winstoogmerk.

Nummerbehoud

De nieuwe regels versterken de rechten van abonnees bij nummerbehoud en scherpen de verplichtingen voor aanbieders aan (artikel 4.10 Tw) . De abonnee heeft het recht om zijn nummer te behouden en dat recht mag niet door contractvoorwaarden worden beperkt. Het recht op nummerbehoud kan ook worden ingeroepen zonder of vóór beëindiging van de overeenkomst, bijv. als de abonnee ontevreden is en wil overstappen. Nummerportering moet mogelijk worden gemaakt tot een maand na het einde van de overeenkomst.

Ook zijn er nieuwe regels die misbruik moeten voorkomen. Zo moeten de oude en nieuwe aanbieder te goeder trouw samenwerken en bijv. geen vertraging veroorzaken. Er moet een uitdrukkelijke wil van de abonnee zijn om met nummerbehoud over te stappen en de abonnee moet informatie over het overstapproces krijgen. Als een nummerportering is mislukt, moet de oude aanbieder het nummer en de daarmee verbonden dienst reactiveren. Voor de porteerkosten die de oude aanbieder bij de nieuwe aanbieder in rekening mag brengen blijft gelden dat deze kosten (maximaal) kostengeoriënteerd mogen zijn. Een aanbieder mag geen kosten voor nummerbehoud bij de abonnee in rekening brengen.

Toegangsregulering bij replicatiebelemmeringen

Een van de belangrijkste nieuwe bevoegdheden van de ACM is de wel al op 21 december 2020 geïmplementeerde mogelijkheid om toegangsverplichtingen aan netwerkaanbieders op te leggen (artikel 6.3 Tw). De ACM kan die verplichtingen ambtshalve of op redelijk verzoek van een aanbieder opleggen. Een aanbieder kan een verzoek indienen als replicatie van kabels of bijbehorende faciliteiten waartoe hij toegang wenst economisch inefficiënt of fysiek onuitvoerbaar is. De toegang moet het voor efficiënte aanbieders mogelijk maken om op economisch haalbare wijze hun diensten aan te bieden.

De ACM kan dus toegangsverplichtingen opleggen zonder eerst vast te stellen of die aanbieder aanmerkelijke marktmacht heeft. En dat is relevant, omdat er sinds de uitspraak van College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) geen gereguleerde toegang tot het netwerk van KPN meer is. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de ACM onvoldoende had aangetoond dat sprake was van gezamenlijke marktmacht van KPN en VodafoneZiggo op de markt voor wholesale toegang. Het besluit werd vernietigd. VodafoneZiggo trok zijn toegangsaanbod na de uitspraak  in en KPN paste verschillende toegangsvoorwaarden aan. De ACM heeft een besluit tot regulering van de toegang tot het netwerk van KPN aangekondigd en zal binnenkort een ontwerpbesluit publiceren waarop marktpartijen kunnen reageren.

Overstapdrempels  verlagen

De regels die een overstap naar een andere aanbieder van internet en bundels moeten vergemakkelijken zijn ook al op 21 december 2020 geïmplementeerd, namelijk in artikel 7.2c van de Tw en het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen. Marktpartijen bieden al vele jaren een overstapservice. De overstapservice is een aanbieder-gestuurde overstap. De nieuwe regels verankeren deze overstapdienst, zowel voor consumenten als klein zakelijke klanten waarbij voor de laatste categorie geldt dat met instemming van de regels kan worden afgeweken. Deze dienst moet worden aangeboden bij internet en bundels.

In het kort moeten de nieuwe en de oude aanbieder samen voor zorgen voor continuïteit van de internetdiensten (die veelal als onderdeel van een bundel van diensten wordt afgenomen). Zo moet er uitdrukkelijke toestemming voor overstap van de abonnee zijn, moeten partijen te goeder trouw samenwerken en mogen zij geen vertraging of misbruik van het overstapproces veroorzaken.  Ook moet de oude aanbieder ervoor zorgen dat de overeenkomst automatisch wordt opgezegd als de abonnee is overgestapt.

Snelle en efficiënte uitrol 5G

Met de nieuwe regels worden ook twee instrumenten geïntroduceerd om een snelle en efficiënte uitrol van onder meer 5G-netwerken te bevorderen.

Ten eerste voorziet het nieuwe hoofdstuk 5c Tw (medegebruik van voorzieningen ten behoeve van draadloze toegangspunten met klein bereik) in een recht op toegang voor aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken- en diensten en aanbieders van bijbehorende faciliteiten tot openbare gebouwen en andere publieke infrastructuur van publiekrechtelijke rechtspersonen ten behoeve van de uitrol van draadloze toegangspunten met klein bereik (small cells). Deze kleine antennes zorgen voor een betere dekking en hogere capaciteit op een specifieke locatie.

Ten tweede voorziet het nieuwe hoofdstuk 5b Tw (colocatie en gedeeld gebruik) in de mogelijkheid voor bestuursorganen om in bepaalde situaties een verplichting tot colocatie of gedeeld gebruik van netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten en een verplichting tot gedeeld gebruik van eigendom op te legen. Die bevoegdheid bestond al, maar is nu breder en ziet op de taak van het bestuursorgaan om bepaalde belangen te behartigen, zoals bescherming van het milieu. Met deze nieuwe bevoegdheid kan het bestuursorgaan de uitrol van een nieuw netwerk op een eerlijke, efficiënte en zorgvuldige wijze laten verlopen.