2 maart 2020

ACM jaagt op inkoopkartels

In een tijdsbestek van slechts drie maanden heeft de ACM verschillende invallen gedaan wegens verdenking van ongeoorloofde samenwerking bij inkoop. Het gaat om twee mogelijke inkoopkartels, namelijk een inkoopkartel van inkopers van herbruikbare afvalstoffen en een inkoopkartel van handelaren in de agrarische sector.

De ACM heeft dus de jacht op inkoopkartels geopend. Dit is opmerkelijk, omdat samenwerking tussen ondernemingen bij inkoop niet eerder deze belangstelling van de ACM had. Sterker nog, die samenwerking wordt niet snel problematisch gevonden. Immers, door de bundeling van krachten bij de inkoop van producten worden voordelen voor consumenten behaald, zoals een lagere prijs. Dit is – ervan uitgaande dat die voordelen worden doorgegeven – goed voor de consument. Bij een inkoopsamenwerking zal dan ook niet snel sprake zijn van consumentenschade. Deze visie van de ACM blijkt ook uit verschillende publicaties van de ACM, zoals de Leidraad gezamenlijke inkoop geneesmiddelen. Uit deze Leidraad volgt bijvoorbeeld dat de ACM alleen ingrijpt als de gezamenlijke inkoop nadelige effecten op de concurrentie heeft én de kostenbesparingen of andere voordelen van de gezamenlijke inkoop onvoldoende opwegen tegen de nadelen voor de concurrentie.

Samenwerking bij inkoop kan tot inkoopmacht leiden. Dit kan onder omstandigheden aanleiding geven tot mededingingsbezwaren, bijv. als de inkopers hun verkoopprijzen op de afzetmarkt met elkaar afstemmen, waarbij het verkregen voordeel (een lagere inkoopprijs) niet aan de consument wordt doorgegeven. Kopersmacht is vooral problematisch als dat leidt tot concurrentievervalsing op de afzetmarkt.

De vraag rijst wat de precieze omstandigheden in deze recente zaken zijn die ertoe hebben geleid dat volgens de ACM mogelijk wel sprake is van een overtreding van het kartelverbod. Daarover is nog maar heel weinig bekend.

Uit het nieuwsbericht van 20 februari 2020 blijkt dat de ACM vermoedt dat inkopers van herbruikbare afvalstoffen in het geheim verboden afspraken hebben gemaakt over de inkoopprijs. Ook vermoedt de ACM dat de inkopers onderling hebben afgesproken wie bij welke aanbieder inkoopt. Hierdoor worden volgens de ACM de afzetmogelijkheden van de aanbieders beperkt.  Dit kan concurrentievervalsend zijn, aldus de ACM.

In het nieuwsbericht van 18 november 2019 laat de ACM weten dat zij invallen heeft gedaan bij verschillende handelaren in de agrarische sector. De ACM vermoedt dat zij verboden afspraken hebben gemaakt over de inkoopprijs die zij aan boeren betalen. Dit kan leiden tot een benadeling van de boeren. Het is echter onduidelijk waarom dit volgens de ACM concurrentievervalsend zou kunnen zijn.

Het is nog afwachten of de ACM daadwerkelijk een overtreding van het kartelverbod vaststelt. Dat neemt niet weg dat ondernemers ook bij inkoopsamenwerking moeten weten waar de grenzen aan die samenwerking liggen en die grenzen in acht moeten nemen. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij iedere individuele ondernemer.

Tot slot is relevant dat de ACM in beide gevallen invallen heeft gedaan. Daarmee beoogt de ACM bewijs voor het bestaan van verboden afspraken te vinden. Een inval is zeer ingrijpend en een goede voorbereiding en begeleiding is essentieel. Eerder publiceerde TREBLE al een bruikbare handleiding voor een inval van de ACM. Zie daarvoor deze link .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Natascha Linssen.